Alle vermeldingen op deze website zijn puur indicatief. De uitgever van de website is niet aansprakelijk voor eventuele fouten, misverstanden of incorrecte informatie.
(c) 2008 copyright Diego Van de Voorde
In feite kan er tijdens het skiën op een piste weinig gebeuren. Je kan jezelf natuurlijk kwetsen, maar dan ligt de oorzaak vaak bij jezelf of een andere persoon.
Wat we hier proberen te bereiken is een sensibilisering voor zowel op de piste als naast de piste. Een piste is op zich zeer veilig. Ze worden gecontroleerd, geprepareerd (waardoor het gemakkelijker wordt om te skiën) en overal staan er ook aanwijzingen waar de piste heengaat. Maar de ruimte naast de piste is veel groter, met sneeuw die nog onaangeroerd is gebleven. Maar hierin schuilen dus de gevaren.
Tussen de piste en het begrip 'buitenpiste', moeten we nog een onderverdeling maken. Met name de skiroutes die wel staan aangegeven, maar ze worden niet geprepareerd. Je ziet hier meestal alleen de ervaren skiër of hier en daar eens een verloren gewaande skiër die de verkeerde kant gekozen had.
Wat je hieruit dient te onthouden, is dat het overal waar een verbodsbord staat, het namelijk verboden is om van de piste af te wijken. Deze verbodsborden staan praktisch overal en zeker op gletsjergebieden waar het enorm gevaarlijk is om de piste te verlaten. Wanneer je toch van de route afwijkt en je verplaatst je in het gebied naast de piste, kan je hiervoor streng gestraft worden. Deze straffen zijn niet min, zeker niet wanneer je in het achterhoofd houdt, dat door jouw fout een lawine kan ontstaan.
Je kan je wel buiten piste begeven met een ervaren skileraar of berggids. Deze mensen hebben een speciale opleiding gekregen en kennen de gevaren die zich kunnen voordoen buiten piste. Maar ook deze ervaren mensen worden wel eens verrast.
Wat we hieruit leren:
1. Begeef je nooit buiten piste!
2. Indien je toch buiten piste wenst te skiën, doe dit dan samen met een ervaren plaatselijke skileraar of berggids en met de nodige aangepaste materialen.
Wat wordt er verwacht als je buiten de piste skiet?
Eerst en vooral is het aan te raden een lawinecursus te volgen. Hierin wordt uitgelegd welke gevaren zich kunnen voordoen en waar deze het meeste zouden kunnen voorkomen. Je komt er te weten welke de gevaarlijke plaatsen zijn op een helling, wat zeer belangrijk is als je een tour plant met een lange afdaling.
Daarnaast leer je nog ontzettend veel bij over de sneeuw, de sneeuwomstandigheden en het weer. Deze drie factoren zijn van groot belang voor het inschatten van het risico.
Ten tweede dien je over een lawinepieper (Lawinenverschüttetensuchgerät of LVS) te beschikken. Dit apparaat heb je bij je om eigenlijk nooit te hoeven gebruiken. Als je het ooit zou moeten gebruiken, is het hopelijk alleen maar tijdens een oefening. Standaard staat dit apparaat ingeschakeld op 'zenden'. Dit wil zeggen dat als je verdwijnt in een lawine, de LVS radiogolven uitstuurt met een bepaalde frequentie die enkel die apparaten ontvangen. Op die manier kan men je sneller localiseren dan met eender welk ander hulpmiddel. Indien je iemand zou moeten opzoeken, schakel je het apparaat op 'ontvangen' en ontvangt het dus deze radiogolven.
Tenslotte beschik je het beste ook over een schop en een lawinesonde. Deze laatste is een opplooibare stok van 180cm tot 300cm die wordt gebruikt om te localiseren wanneer een vermiste persoon niet over een pieper beschikte. Deze methode duurt langer waardoor de overlevingskansen drastisch afnemen.
Als buitenpiste skiër of 'freerider' dien je over een aantal basisonderdelen te beschikken. Daarbovenop kan een lawinecursus een meerwaarde bieden en je op de mogelijke gevaren wijzen.
De basisonderdelen:
1. LVS of pieper
2. Lawineschop
3. Lawinesonde
4. Eerste hulp pakket
5. Bivakzak (eventueel voor 2 personen)
6. Touwen
7. GSM
Hoe jezelf beschermen tegen de koude?
Hoe hoger je gaat skiën, hoe kouder de lucht. Zelfs als het zonnig weer is, moet je hiermee rekening houden. De temperatuur op de noordhellingen is veel lager dan die aan de voet van de berg. De wind zal op grotere hoogte sterker zijn, waardoor de ‘gevoelstemperatuur’ nog lager zal zijn. Bewegende lucht kan lichaamswarmte heel effectief afvoeren waardoor je lichaamstemperatuur sterk zal dalen. Zoals gezegd is de gevoelstemperatuur op grotere hoogte lager dan beneden. De gevoelstemperatuur is de temperatuur van stilhangende lucht die gelijk staat aan de kou van de wind bij een hogere temperatuur.
Door je lichaamswarmte vast te houden, bescherm je je tegen de koude temperaturen. Draag hiervoor de juiste skikledij om je warm te houden. Kleding houdt je warm door luchtlagen tussen je kleding en je lichaam vast te houden, wat een isolerende werking met zich meebrengt. Als je dus meerdere lagen draagt wordt je lichaamswarmte nog beter vast gehouden. Bovendien kun je je met meerdere lagen kleding beter aanpassen aan de constante verandering van de temperatuur van je lichaam. Het is verstandig om speciaal ski-ondergoed (thermisch ondergoed) te dragen. Het houdt je warm, absorbeert zweet, droogt snel op (door het zweet naar de volgende kledinglaag te begeleiden) en voelt comfortabel aan. Draag zoveel mogelijk een hoofdband of muts. Je verliest de meeste lichaamswarmte langs je hoofd.
Om je op de piste warm te houden, bestaan er ook enkele trucjes. Begin allereerst met een goede opwarming (maximaal 10 minuten) waarbij je alle spieren (benen, armen en nek) opwarmt. In een skilift krijg je snel koude handen en voeten. Knijp met je handen in je skistokken en beweeg je tenen op en neer (krullen). Als de zon schijnt, kan het toch zeer koud zijn. Misschien wil je bruinen, maar toch is het dan beter om zonnecrème en lippenbalsem op te smeren. Deze beschermen je gezicht tegen de koude en uitdroging.
Vermijd het drinken van alcohol. Je voelt je binnenin wel warmer worden doordat de bloedvaten zich verwijden. Maar deze lichaamswarmte ben je ook snel kwijt en onderkoeling zal niet lang uitblijven.